Consternatie in Wassenaar: Poolse bouwvakker gaat meer verdienen

Het kwam als een mokerslag voor vele Wassenaarse inwoners: de Poolse bouwvakker gaat hetzelfde loon ontvangen als zijn Nederlandse collega. Hier hadden de ministers van Sociale Zaken van de Europese Unie afgelopen maand een akkoord over bereikt. We besloten de aangeslagen Wassenaarders toe te horen.

Diederik-Jan van Cleef: ‘Ik ben er kapot van. Wie moet ik verdomme dán m’n pied-a-tèrre laten bouwen? Zo’n werkmier uit China? Tuurlijk, muurtjes metselen kunnen ze wel gezien dat gevaarte daar in het Noorden, maar muren in Nederland moeten toch echt iets meer dan zo’n één meter vijftig lange springroll tegen kunnen houden.’ Ook de Japanner was voor van Cleef geen optie. ‘Wat denkt u zelf? Wilt u dat mijn jachtperceel wordt omgetoverd in een soort Japanse tuin? Dan kan ik door een leger van Bonsai-boompjes het bos niet meer zien, hoor.’

Sabien van Doorn was vooral ten einde raad over wat ze nou weer met haar voorraad oplos koffie moest doen. ‘Tuurlijk, in the good old times gaf ik m’n bouwvakkers wel eens een bakkie, maar nu die Polen gaan zwemmen in het geld vind ik gratis koffie toch echt iets te riant. Ik ben er flink pissig over, want m’n kelder puilt inmiddels volledig uit door die berg aan Nescafé poeder. En ik was nog bijna overgestapt op een nieuw Senseo’tje: dat kunnen ze dus mooi op hun buik schrijven.’

Ondanks de ontsteltenis lijken de meeste Wassenaarders het erover eens te zijn: de Filipijnse au-pairs zullen de nieuwe taken op zich moeten gaan nemen. Boudewijn Twent van Rosenburg vertelde hierover het volgende. ‘Het lijkt mij redelijk duidelijk: als je tien uur achter elkaar kan strijken, kan je ook tien uur achter elkaar muurtjes metselen. En ik bedoel, mijn dochters haar vlechten is toch praktisch hetzelfde als het rieten dak vernieuwen?’, aldus Twent van Rosenburg.

Opmerkelijk: Wassenaarse Jongeren Omarmen de PVV

Het was een dag van grootse ontzetting voor veel Wassenaarse ouders. Uit een recente video van omroepvereniging PowNed bleek dat een aantal Wassenaarse jongeren in maart niet VVD, maar PVV zullen stemmen. We besloten eerst de reacties van de ouders aangaande deze bizarre wending toe te horen.

Vader Pieter Struijs sprak over de politieke keuze van zijn zoon:
‘Wát een malafide hufter, godverdomme zeg. Een verraad van de hoogste plank: Judas was er niets bij. Margot en ik dachten echt dat we genoeg aan z’n algemene ontwikkeling hadden gewerkt. Vanaf het moment dat hij naar de basisschool ging probeerden we hem namelijk al de correcte politieke leerstellingen bij te brengen. Voor z’n verjaardagen hielden we bijvoorbeeld geen gezapige speurtochten door dat kut Wittenburgse bos. We gingen ook niet naar die onverteerbare theatervoorstellingen van Fiep Fiep Vogeltje. In plaats daarvan namen we hem mee naar regionale themabijeenkomsten van ons aller VVD: iets dat iedere weldenkende ouder met z’n kind zou moeten doen. Maarja, het was kennelijk niet genoeg. Al met al voelt dit als een mes in m’n rug. Dat kun je wel stellen.’

Moeder Marjan Huizing was vooral aangeslagen toen ze het hoorden van haar zoons beslissing. ‘Ik had het kunnen weten. Toen ‘ie op Berengoed zat had ik al m’n twijfels. Ik kon me de dag nog goed herinneren toen mijn man en ik twee posters van Bolkestein en Wiegel op zijn kamer hadden gehangen, om die vervolgens de volgende ochtend volledig ondergescheten aan te treffen. En dan had die klotedreumes ook nog zo’n pedante glimlach op z’n gezicht. Eigenlijk had ik op dat moment al het vermoeden dat ‘ie een smerige dissenter zou worden.’

Verder vroegen we de scholieren zelf naar de redenering achter hun politieke gedachtegoed. Xavier Struijs, zesdeklasser van het Rijnlands Lyceum Wassenaar, vertelt: ‘Luister pik. Het maakt me geen fuck uit wat die oude taarten denken: de VVD is simpelweg PVV light. Het moet gewoon een tandje naar rechts. Duinrell is inmiddels veranderd in het Atlasgebergte, het Sterrenbad lijkt tegenwoordig steeds meer op het Victoriameer en de enige reden dat de Zeeman nog niet failliet is, is dat er eens in de maand zo’n horde wilde woestijnratten er een paar sjofele badjassen kopen. En straks komt er ook nog een tweede Harput zeker. Neen, het is gewoon echt klaar nu.’

Vijfdeklasser Kars Huizing was het volkomen eens met z’n schoolgenoot:
‘Ik vind vooral Geert een mooie vent. Haartjes strak naar achter, helemaal goed. Hij zou ook een klasse rector van het Rijnlands kunnen zijn, tien keer beter dan die geiten-wollen-sokkensocialist van een Duijken. Geertje zou bijvoorbeeld onze traditionele Sinterklaasviering direct herinvoeren: de mijterbaas heeft veel te lang geen begerige brugger op z’n schoot gehad. Ook zou hij die sloebers rechts van het bruggetje een beetje buiten de deur houden. Het wordt de hoogste tijd dat die Polanenparkers voorgoed opsodeflikkeren van onze school.’

Onderbouwer Veau van Dommelen kon helaas geen verhaal houden omdat hij ‘alleen praat met leden’ en ‘alvast de nodige voorbereidingen voor de aankomende KMT’ moest treffen.

Desalniettemin moge het duidelijk zijn: er bevindt zich een gigantische politieke kloof tussen beide generaties. Hoe dit zich in maart in de nationale machtsverhoudingen zal uitdrukken, zal nog moeten blijken. Eén ding is in ieder geval zeker: PowNed is er wederom in geslaagd een uiterst diepgaand nieuwsitem van hoge journalistieke waarde te produceren. De NRC kan er nog een puntje aan zuigen.

Bovenbouw Rijnlands Lyceum Houdt Schitterende Afterparty op Kasteel Oud-Wassenaar

De bovenbouwers van het Rijnlands Lyceum Wassenaar waren vastbesloten: dit jaar moest het anders. Té lang waren de tieners gekweld met een serie schrale afterparties na afloop van de jaarlijkse kerstvieringen. Het werd de hoogste tijd dat het traditionele gala in Duinrell eindelijk een keer een acceptabel vervolg kreeg. Dat de keuze viel op Kasteel Oud-Wassenaar was volgens Blaire Visstok (18) niet verrassend.

Ze legde uit: “Na een paar dagen delibereren in de groepswhatsapps was het voor mijn part al besloten. We konden namelijk kiezen uit het derderangs burchtje van Bernards tante, het donjondrama van Joosjes achterneef of het enigszins aannemelijke Kasteel Oud-Wassenaar. Het laatste beschikte in tegenstelling tot die andere “adellijke huizen” wél over een hoffelijke service, een degelijke serre en vier ridderzalen. Kijk, natuurlijk was Slot Loevestein ideaal geweest, maar met de Vespa door fucking suburbia zeulen vond ik toch écht te gortig.”

Dat jongerendiscotheek Club Westwood niet tot de mogelijkheden behoorde werd verklaard door Vivi Kleintjes (17): “De Westwood!? Doe even lekker normaal. Ik kan me nog herinneren dat we een paar jaar geleden in een soort laatste toevlucht naar die ontzettende fluttent moesten gaan. Die natte wind van een Maxim had namelijk weer eens verzaakt het Hilton te regelen. In ieder geval, het werd dus de Westwood. Ik had nog nooit zo’n kutavond gehad. De vloer was goor, we stonden erbij als haringen in een ton en er kwam geregeld zo’n neger uit Voorschoten tegen je been aan rijden. Walgelijk.”

Gelukkig voor Kleintjes werd de afgelopen kerstvakantie wel op tijd ingegrepen door de inmiddels welbekende en alsmaar actieve feestfedora’s Roland van Herenkring (15) en Barnie Zwamberg (16): “We are back and better than ever, zeggen ze dan wel eens. En ja, natuurlijk wisten we al een lange tijd dat een uitwaaiering van de discofissa’s naar de kasteeltjes een financiële meesterzet zou zijn. Dit werd al zo goed als bevestigd toen een ventilatierooster van het plafond werd weggebonjourd. Toen we de eerste glasstukken van het loden raam op de grond hoorden kletteren waren we al bijna helemaal overtuigd, maar pas op het moment dat een paar boys de kerstboom van de meest zuidelijke toren lanceerden wisten we het écht zeker: die donnie’s en barkies gaan flowen als nooit tevoren.”

Mogul Lesse Reninweiland (17) beaamde dat het feest een schot in de roos was: “Het was fantastisch. Pure magie. Wijfie tongen, slok pils, over jasjes zeiken en weer een andere chimmi kaken. En dat dan de hele fucking avond. Ja, ik heb me wel weer even flink misdragen, maar denk maar niet dat ik de enige was, haha.” Adelberter Ralphie van Dongen (18) was het even kwijt: “Gozer, als ik eerlijk moet zijn, heb ik weinig van de avond meegekregen. Zoals je op Facebook hebt kunnen zien heb ik de hele nacht een beetje met die joekel van een St. Feuillien tripel groot wijnfles geschitterd. Geen idee hoeveel die heeft mogen kosten, maar dat ik hem helemaal in m’n eentje heb weggetetterd kan ik je wel verzekeren. Zo rol ik nou eenmaal, pik.”

Toen de strijd eenmaal was gestreden stond de toezichthouder van Kasteel Oud-Wassenaar Marcel van der Meulen (46) ons te woord: “Ja, al die kut kinderen hebben de boel weer flink op z’n kop gezet. Kon geen kant op kijken of ik zag een puber in het keelgat van de ander verdwijnen. En dan m’n ramen! Sjonge jonge, wát een papbak aan ellende hebben ze hier achtergelaten. Of ik dit nog een keer zou doen? Nou ja, als het geld maar blijft rollen en die etters een beetje hitsig blijven mag van mij betreft de bever z’n dam blijven bouwen, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Ondanks alles werd het vrij snel duidelijk dat het een geslaagd evenement was. Als laatste waren we wel benieuwd of de ouders van de Rijnlanders misschien niet van mening waren dat het festijn iets teveel van het goede was. In de aftermath liet een groepje ouders ons weten dat ze dit nonsens vonden. “Noem het deca, maar wij zien het juist als een hele nuttige kennismaking met elitaire exclusiviteit. Deze bagage zal uitstekend van pas komen voor wanneer ze aan echte werk zullen worden geïntroduceerd. Sterker nog, we hebben de lijn doorgetrokken door onze achtste-groepers te overtuigen om na hun eindmusical niet naar dat haveloze Boerderij Ter Weer te gaan, maar een weekendje het Oude Loo te boeken: het is nooit te vroeg om je kinderen een first taste te geven van de eindeloze mogelijkheden van oud geld.”

RLW Rokersgroepje verbannen naar de Rijkstraatweg

In het altijddurende steekspel tussen rector Jacob Struiken en het rokersgroepje van het Rijnlands Lyceum heeft het schoolhoofd van de Wassenaarse middelbare school een gewaagde zet gedaan. De directeur heeft besloten dat het marlboro-gezelschap, dat onder anderen bestaat uit Jop Kaderman, Ad Beimel, Timo Kolenaar en Bastiaan van Suylen, met ingang van volgend jaar in de grote pauze alleen nog maar langs de Rijkstraatweg sigaretten mag roken. De reacties vanuit “kamp-camel” waren uiteenlopend.

Allereerst spraken we met Jop “Schoorsteen” Kaderman. De middelbare scholier klonk tamelijk aangeslagen. “Struiken is he-le-maal knettertjewappie geworden. Eerst al het bushokje verbieden, en nu deze kut streek? Ik ga toch niet dat pokke end lopen om m’n welverdiende snaakies te dampen?”

Ad Beimel kon zich volledig vinden in de woorden van Kaderman. De toekomstige 5-vwo’er was zelfs al begonnen met het smeden van een snode wraakactie. Beimel vertelde op sinistere toon.

“Ik ga eerst al die oerlelijke grijze pakken van Struiken in de hens zetten. Mocht dat niet genoeg zijn, verstop ik z’n montuurtje. Als hij dan nog steeds niet op z’n beslissing is teruggekomen zal ik andere leerkrachten gaan aanpakken. Ik kan je verzekeren dat mijn Nederlands lerares niet meer dat kut verhaal van Louis Couperus zal kunnen opdragen met de walmlagen die in het klaslokaal zullen hangen. En Ravier kan ook een paar filtertjes in z’n atlas verwachten.”

“Peukiemaster” Timo Kolenaar had gemengde gevoelens over de nieuwe reglementaire wending. “Enerzijds is het natuurlijk best wel ballen dat het een stukje langer lopen is. Anderzijds, Van Der Valk grenst aan de Rijkstraatweg: mocht ik ooit door m’n laatste stokkies heen zijn, kan ik makkelijker refillen. Het heeft dus z’n voor- en nadelen, als ik dat zo even mooi mag zeggen.”

Bootschoen-en autoliefhebber Van Suylen was een van de sigarettengenieters die er juist weer totaal niet mee zat.
“Ik doe gewoon boem-boem-brakka-takka met m’n invaliden-wakka en before you know it cruise met twenty-five kilometers per hour door de straatjes, bitch. Dan ben ik er in een mum van time”, sprak De Speedtiger.

Afgezien van de onderlinge meningsverschillen was iedereen opgelucht dat het toegestane rokersterrein in ieder geval niet Kerkehout beslaat. “Daar wil je toch niet levend gevonden worden? Dan roken we nog liever ergens in het uiterste puntje van Wassenaar-Noord. Kan je gelijk even langs Rooijakkers.” klonk het instemmend.

Ook hebben we geprobeerd Struikens kant van het verhaal aan te horen. Helaas had het schoolhoofd vaak de neiging om af te dwalen van het gespreksthema. De rector verwoordde: “We zijn vrij, maar zeker niet stuurloos. Doch is het Rijnlands wel weer heel vrij. Stuurloos zijn we absoluut niet. Maar als iemand aan me vraagt: ‘is het Rijnlands echt vrij?’ antwoord ik steevast met een volmondige “Ja, we zijn echt vrij.’”

Het schoolhoofd continueerde. “Het Rijnlands Lyceum Wassenaar is een puikbeste school die in werkelijk alles weet te excelleren. We behalen jaarlijks buitengewone resultaten en bovendien beschikken we over een ontzettend warm schoolklimaat. En natuurlijk: we zijn vrij. Maar stuurloos? Geen sprake van.”

Als laatste besloten we het conflict te belichten vanuit deskundige oogpunten. We verhoorden oud Rijnlanders wiens kennis in de sigarettenwereld en soortgelijke territoriastrijden onovertroffen is. Van Nelle-kenner Jappie Zeevenhoeven, filter-virtuoos Matthijs van Xanden en slof-specialist Floris van de Kneeten aan het woord.

“Struiken is gewoon een tering leijah, altijd al geweest. Altijd maar weer met z’n snuit in andermans zaakies zitten. Wij werden ook vaak genoeg weggestuurd als we in het bushokje gewoon lekker een paar sloffies zaten te branden. Moesten we helemaal naar die godvergeten Papegaaienlaan lopen. Helemaal van z’n apropos die gozert. Ieder mens heeft toch gewoon de vrijheid om te gaan en roken waar die wilt? Of niet dan?”

Tenslotte wilden de specialisten nog enige raad geven aan het huidige rokersgroepje van het Rijnlands Lyceum. “Ze moeten die Struiken niet z’n zinnetje geven”, klonk het advies, “die heeft ‘ie al te vaak gekregen. Het wordt eens tijd om vol in de tegenaanval gaan. Desnoods halen ze er een paar gassies van het Adelbert of het Maerlant bij. Gewoon een keer opwachten die handel en laten zien we de baas is. Ohja, en als laatste: altijd blijven doorroken. Als je de A44 aan asfalt ophoest, ben je eigenlijk pas halverwege je rokersloopbaan.”

HGC-trainer Joep van Leverningen volgend seizoen voorop bij Meisjes D6

Het was een grootse dag voor hockeytrainer van Leverningen. Na een lange vrijdagse vergaderavond tussen de bestuursleden van HGC, waarbij meerdere verwoede woordenstrijden centraal stonden, hakte voorzitter J.P. Hoven uiteindelijk toch de knoop door: van Leverningen zal aankomend jaar het hockeyelftal van meisjes D6 trainen. In een publieke statement verhelderde Hoven zijn beslissing. “Van Leverningen is simpelweg de beste kandidaat om dit team te leiden. Het is iemand die precies weet hoe je een equipe naar je hand moet zetten: iets dat bij meisjes D6 met grote noodzaak moet gebeuren. Daarnaast is hij ook gewoon een mooie lullo met wie ik geregeld een tostietje deel.”

Natuurlijk waren wij ontzettend benieuwd naar hoe de routinier, die inmiddels al 58 jaar in dienst is bij HGC, het team zal klaarstomen voor het aanstaande seizoen. We probeerden in eerste instantie de trainer telefonisch te verhoren, maar wegens een serie impulsieve stemverheffingen was hij helaas niet altijd even goed verstaanbaar. Zodoende besloten we maandag de eerste training van meisjes D6 bij te wonen in het domein, het grondgebied, de sphere d’influence van de veteraan: de hockeyvelden van HOC Gazellen Combinatie.

Het was een druilerige eind van de maandagmiddag. Dit leek de goedgemutste Van Leverningen echter weinig te deren. Met een voldane glimlach en twee gekruiste armen rustend op zijn sterkgebouwde borstkas stond de trainer in een loodrechte houding naast z’n geparkeerde Humvee. De ex-marinier was uitgerust in een snelle Tactical Raid zonnebril, een strak Under Armour sportshirt en een cargobroek met daaronder twee militaire schoenen, waarvan de zolen waren geoutilleerd met ruwweg twintig doodsnoppen. Het is een iconische outfit die HGC’ers voor lief nemen, maar onwetende omstanders in doodsangst vrezen.

Hij groette ons met een ferme handdruk en een opgewekte pats op de rechter schouder. “Dit is niet volgens de militaire punctualiteit die ik gewend ben, boys. Geen goede zaak. Bij de mariniers had je nu een mooie reeks crunches te pakken gehad. HOE-HA.”

We liepen de parkeerplaats af in de richting van het waterveld en mengden ons in een hectische stroom van fietsers, Vespa-ensembles en een autobestuurder die er bijna voor zorgde dat een kliekje ouderen in het aangrenzende heggetje werd gedrukt. De “Blue Army” tribune was – op een paar plastic bierglazen na – desolaat.

Toen we eenmaal bij de fietsenstalling arriveerden werd plotseling de koorts op ons lijf gejaagd. “Stom dier!” brulde de trainer bruusk. Hij keek op van z’n walkietalkie en staarde ons met vurige ogen aan. “Die natte wind van een roostermaker heeft me vandaag de Zwarte Wijde gegeven. Wát een zaadveld is dat ook.” Van Leverningens humeur kende een snelle omwenteling.

Met de oudgediende voorop marcheerden we het clubhuis binnen en namen kort plaats achter het vertrouwde sociabele barretje. Drie tosti’s en een groene ice tea beurden de trainer gelukkig weer een beetje op.

We liepen de achterdeur uit en zagen in de verte een zestal dartelende meisjes een partijtje spelen. In de aanloop naar het veld vertelde van Leverningen dat het “een ploeg met ontzettend veel potentie is die zich met de juiste richtwijzer misschien wel kan ontplooien tot een volwaardig tweede-klasse peloton.”

In de omgang leek de trainer nog vrij kalm. Echter, op het moment dat van Leverningen het veld opstapte, barstte de hel los.

“Oké, ik wil dat iedereen nú z’n stick neerlegt en ophoudt met dit nichterige spelletje.” donderde de oefenmeester. Een paar verwarde oogjes staarden de kolossus met volle verbazing aan; de iele beentjes kwamen echter snel in beweging toen de routinier een tweede salvo “in lijn!” afschoot.

De bevelvoerder bewoog zich in een inspecterende pas voorlangs het rijtje huiverige, beduusde meisjes. Hij haalde z’n notitieblok erbij en sprak in autoritaire toon: “Waar zijn Annemieke, Romée en Femke?” Het bleef een tijdje akelig stil, totdat een getint meisje met een lief gezichtje en een eindeloze zwarte paardenstaart dapper naar voren schuifelde en fluisterde: “tennisles, meneer.”

Van Leverdingen wierp haar een vernietigende blik en schoot uit z’n slof. “Luister eens, falafel, het is trainer van Leverningen voor jou.” spuwde de veteraan. “En als je kameraden volgende week weer op die slappe gravelveldjes staan te huppelen, zullen er hoogstwaarschijnlijk ook zware repercussies voor jou dreigen.” Verstijfd van angst slofte het meisje weer terug het rijtje in.

De leermeester rechtte zijn rug en zette het gebrul voort.
“Zo. Luister uit, mannen. Dit wordt het strijdplan voor het komende seizoen; oren gespitst en bekken dicht. Allereerst gaan we wat chemie in deze ploeg krijgen. Net zoals bij de mariniers, HOE-HA, zullen we van start gaan met een bootcamp. Deze zal onder andere bestaan uit een vijf dagen durende hiketocht in Siberië. Ons saamhorigheidsgevoel zal worden versterkt en daarmee het verschil maken in de aankomende krachtmetingen. Een bijkomend voordeel is dat we ons uitstekend voorbereiden op de wintercompetitie. Aan dat nichterige zaalhockey gaan we natuurlijk niet beginnen, als jullie dat soms dachten.”

“Als dat allemaal goed is verlopen”, continueerde de instructeur, “zal ik jullie misschien wel verwennen met een brigadetripje naar een hardstyle-festival om de spieren weer een beetje los te schudden. Qlimax leek me hiervoor een prima optie.”

Van Leverningen brieste verder. Het groepje hartsvriendinnen kroop steeds dichter bij elkaar. “En dan nu het trainingsschema. Zes keer per week, donderdag rust. De eerste maanden kunnen jullie je pastelkleurige Dita’s thuislaten. Ik wil eerst dat jullie fitter dan ooit worden: hockeyen kunnen jullie altijd nog leren. Maandag een duurloop in de duinen, dinsdag krachttraining in Aerofit en woensdag een PT-sessie in het Wittenburgse bos. Op de vrijdagen zullen we de vrije slag bijschaven in het Tikibad, waarop ik aan het eind van de middag ook een paar snelheidsruns van de glijbaan heb ingepland.”

“De weekenden zullen in het teken staan van het individu in de vorm van personal trainings.” tierde de trainer. “Ik heb hiervoor een aantal goede maten binnen het Korps Mariniers gevraagd om mij daarin te assisteren. Na het aanschouwen van jullie belabberde optreden bij de intake-obstakelbaan realiseerde ik me meteen dat de meesten uit dit hopeloze zooitje een scala aan vaardigheden totaal niet beheersen. Tess had bijvoorbeeld al moeite met de eerste touwenronde, Benthe heeft volgens mij nog nooit een squat in haar leven gedaan en Odette mag wel een paar Bastogne koekjes minder eten. Daarover gesproken, koekbeurten zullen onder mijn regie volledig worden getermineerd: als ik ook maar één Smoeltje in een van die broodzakjes vind zijn de poppen aan het dansen.”
De vraag of mandarijntjes wel mochten werd in de wind geslagen. “Vanaf nu gaan jullie aan de linzen, bruine rijst en af en toe een struisvogelei.”

“Als laatste moeten jullie thuis natuurlijk ook een aantal krachtoefeningen doen. Dat schema zal ik nog naar jullie ouders doorsturen. En denk maar niet dat jullie deze exercities kunnen verzaken; ik heb Pim Schenkellens ingeschakeld om een oogje in het zeil te houden.”

Ondertussen werden we langs het veld onderbroken door twee vrouwen die vroegen of we ook dochters in het team hadden zitten. Nadat we ze vertelden dat dit niet het geval was, raakte we toch even aan de praat. We vroegen Suus van der Horst en Laura Jonker naar hun mening over de nieuwe aanpak. Van der Horst aan het woord.

“Fantastisch. Echt fantastisch. Het werd tijd dat Saartje een keer flink op haar flikker krijgt. Er moet nu met de harde hand worden geregeerd. Alle voorgaande trainers waren poeslief, echt walgelijk gewoon. Het was totáál niet uitdagend. Het begon meestal met een veel te lichte warming up, vervolgens werd er een lamlendig potje Water en Vuur gedaan en het eindigde altijd in het standaard 4 tegen 4 partijtje. De wedstrijden waren ondanks onze aanmoedigingen ook níet om aan te gluren. Ik weet zeker dat de nieuwe strategieën van van Leverningen positieve werkingen op het team zullen hebben.”

Jonker stemde in. “Als de tutjes ooit nog D1 willen halen, moeten ze een dikke huid kweken. Nou, als iemand dat voor elkaar kan krijgen, is het Joep wel. Daarnaast, een ex-marinier in het hockeycircuit? Ik had het eigenlijk niet durven dromen. Als je er over nadenkt, zijn de twee wereldjes ook best vergelijkbaar. Hockey is namelijk net zoals oorlog, alleen dan nog competitiever.”

Ten slotte gaven de dames grinnikend toe dat ze niet alleen naar de trainingen kwamen om hun dochters toe te juichen. Ze waren namelijk ook wel geïnteresseerd in “hoe groot de granaten in zijn stoere broekje wel niet zullen zijn.”

Of de methodiek van de kersverse trainer ook daadwerkelijk zijn vruchten af gaat werpen, zal nog moeten blijken. Aanstaande zaterdag zal het team voor het eerst écht op de proef worden gesteld. De geduchte aartsrivaal meisjes D8 van hockeyclub De Kievieten, onder leiding van ex-judoka Ryoko Tani, zal dan ontvangen worden. De thuisploeg kan rekenen op genoeg aansporing: de voorzitter van de aan dertig moeders rijke supportersvereniging “Go Gazelletjes Go” liet ons weten dat ze net zoals altijd in alle geledingen aanwezig zullen zijn.

Wassenaar: Het Silicon Valley van de Lage Landen – #1 Dynamik Duo

Wassenaar belichaamt de Nederlandse entrepreneur-cultuur. Ze heeft sinds haar bestaan talrijke succesvolle ondernemers afgeleverd aan zowel het nationale als het internationale bedrijfsleven. Ook de vooruitzichten van de komende jaren zijn goed: vooral jongeren maken tegenwoordig furore in het lokale ondernemerscircuit. In de serie “Wassenaar: Het Silicon Valley van de Lage Landen” zal een overzicht geschetst worden van de toekomstige Zuckerbergs, Bransons en Rockefellers uit het reservaat.

We gaan van start met een ambitieus DJ annex party planner-tweetal bestaande uit Robin van Berenkring (14) en Barend Stamberg (15), beter bekend als het “Dynamik Duo”. Over de naamkeuze klonk van beiden duidelijke taal. “Naja, we zijn natuurlijk gewoon heel dynamisch, en een duo, dus daar viel niet lang over na te denken, ja toch?”

De feestliefhebbers zijn compleet vernieuwend in het hanteren van een radicale, baanbrekende visie. Ze noemen het de “visie van het geen visie hebben”. Stamberg over het business plan.
“Ja gozer, echt geen idee man. We doen gewoon maar wat. Dat werkt meestal prima. Laatst hadden we dus een feest georganiseerd: “ROAR” noemden we het. Geen idee wat het betekent, maar het klonk gewoon prima chill, of niet dan?”

Van Berenkring vervolgt. “We hadden dus een zaal afgehuurd in een van de grootste uitgaansgelegenheden van Den Haag: Paard van Troje. In het kader van think big, weet je wel. Facebook-pagina online gegooid, mensen ge-invite, logootje gemaakt: de hele shitzooi. Dat ging eigenlijk gewoon zo steady, dat we op de dag vóór het feest al wisten dat het een groot succes zou worden. Er hadden toen namelijk al 28 mensen op ‘Aanwezig’ en 6 op ‘Misschien’ geklikt: dan weet je dat het goed zit.”

Volgens Stamberg komt er echter meer bij kijken.
“Natuurlijk had het feest ook een gezicht nodig. Dat is een
must: zonder gezicht is je party eigenlijk al een verloren zaak. Dus hadden we geregeld dat Manuel Broekman met z’n mooie kop een beetje kwam shinen. Dat was voor het feest goed omdat ‘ie een trekpleister voor de wijven was en voor hem relaxed omdat ‘ie gewoon geen fuck hoefde te doen. Win-win situatie dus.”

Over het resultaat waren beiden heren zeer content.
“Het was een intens mooi feest met een keiharde line-up. Daarnaast hadden we ook gewoon steady een paar duizend euro verlies gedraaid. Nou, dikke prima toch?”

Het Dynamik Duo wordt bijgestaan door een derde kracht genaamd Jari Berckmann (19), beter bekend als “Jezah”. Hij beschrijft zichzelf als “a random motherfucker that likes clubs way too much.” Volgens het Dynamik Duo heeft Jezah een flinke bijdrage geleverd aan het succes.
Hoe hij dat precies heeft gedaan, weet hij zelf eigenlijk ook niet.
“Gewoon een dabje hier en een dabje daar, af en toe met Keau Collins aan de knoppen draaien en verder gewoon tering hard aan de Grey Goose. Natuurlijk wel allemaal in een hippe oussie: vooral de bandana werkt goed bij de sletjes”, vertelt Berckmann.

Uiteindelijk is de vraag die op ieders lippen ligt: wat zijn de toekomstplannen van het Dynamik Duo? Het antwoord zal men tevreden stellen.

“Ziggo Dome, ouwe.” liet Stamberg doorschemeren. “Het wordt tijd om die flikkers van Puinhoop voor eens en voor altijd de markt uit te slaan. Sterker nog, we zijn nu al bezig met de Facebookpagina, dus je kan binnenkort zo’n twaalf notificaties per dag verwachten, haha.”

Het is onmiskenbaar: het zijn entrepreneurs in hart en nieren. De middelbare scholieren zijn een boegbeeld voor Wassenaarse leeftijdsgenoten die naar een soortgelijk leven van fame, bitches en Grey Goose ambiëren. We voorspellen een rooskleurige toekomst voor deze op-en-top ondernemers.

Bizar: Guusje van Dorp (8) van school opgehaald door Kia Sportage

De Bloemcampschool ligt er fraai bij. Boven het imposante gebouw is een strakblauwe lucht. Wit zonlicht straalt op het hier en daar paars-getinte betegelde schoolplein. Achter aangrenzende trottoirs staan rijen keurig gesnoeide heggetjes geflankeerd door buxusbollen en toefjes hortensia’s. Er hangt een verwelkomende, zoete geur van versgemaaid gras en bloesem. Door het groene loof weerklinkt vredig harmonieus gezang van een ekster paartje. Verderop, een loslopende Labradoodle.

Eerste verdieping, tweede zaal van links. De klas van groep vijf sluit het laatste gedeelte van de schooldag af met een stukje Joris & Boris en het Geheim van de Tempel. Twaalf openstaande monden en vierentwintig grote, aandachtige ogen richten zich op het Smart Board, een hoog technisch leermiddel waarvoor kosten noch moeite is gespaard.

Er is echter één gezichtje niet naar het beeldscherm gekeerd. Guusje van Dorp, wier sluike, amandelbruine haar perfect over het blauw-wit gestipte jurkje valt, is namelijk met hele andere zaken bezig.

Haar aandacht lag de afgelopen vierentwintig seconden bij het complexe bouwwerk in de hoek van de klas: een machtige constructie gevormd door acht houten speelblokken, drie langwerpige staafjes Knex en een op z’n zij gelegen pluche dinosaurus. Twee priemende oogjes en een pruillipje doen vermoeden dat Guusje onder de indruk is. “Fascinerend”, mijmert ze bewonderend in zichzelf.

De lichtblauwe ogen ontspannen zich. Ze wendt haar blik in een vloeiende, verheven beweging tot het raam. Ze staart naar buiten.
“Wat een kut dag”, denkt Guusje.

Ondertussen beweegt de grote wijzer op de klok aan de met vingerverf besmeurde muur de graden om zijn as. De tijd is 14:45. Gelijktijdig klinkt er een luide buzzer. De geluidsgolven vibreren door de lokalen. De trillingen bereiken het trommelvlies van Guusje. Haar gedachtegang wordt abrupt onderbroken. Ze schrikt op.“Jezus, wat is dít voor een tering herrie!?”

Guusje herkent echter de hoge tonen, en de realisatie is daar: deze helse schooldag is ten einde.

Het dartelende meisje stopt haar roze spellingboekje in de Nemo-rugzak en neemt een laatste hap van haar resterende Pijnacker koek. Ze recht haar rug, duwt haar stoeltje licht naar achter en mengt zich in de schreeuwende kindermenigte naar de deur.

Op de gang vindt ze de ogen van haar vertrouwelinge Eefje. Eefje zit door een leeftijdsverschil van vijf maanden één klas boven Guusje, maar dat heeft hun relatie nimmer verslechterd. Al maanden worstelen ze zich samen door de topo-toetsen en redactiesommen.

Als ze straks eenmal thuis arriveren zal naast het gebruikelijke middagmaal – voor ieder bestaande uit twee boterhammen Duo Penotti en een glas melk – de provincie Noord-Holland worden doorgenomen. Beide activiteiten zullen uiteraard worden verricht aan de keukentafel in Guusjes bescheiden designvilla op de Bremhorstlaan.

Eerst moeten ze echter worden opgehaald. Normaliter gebeurt dit om precies 14:50 door Guusjes moeder Saskia van Dorp, in een voor de ophaal-gelegenheid gehuurde SUV.

De meisjes trekken hun jurkjes recht, vlechten elkaars handjes ineen en huppelen samen joviaal van de trap. Eenmaal buiten doen ze mee aan een spelletje hoelahoep om de laatste paar minuten voordat ze worden opgehaald te verdrijven. Op een circulair kunstgrasveld, omringd door een anderhalve meter hoog Platofex muurtje met vier goaltjes in elke windhoek, wordt fervent een potje voetbal gespeeld. In de buitenste hoek van het schoolplein klautert een groepje kinderen lachend in de langgerekte touwen van het klimrek. Speelparadijs Okido is er niets bij.

Plotseling wordt de rust bruusk verbroken. Een kolossale, matzwarte SUV stoomt met een oorverdovend kabaal vanuit de Teylingerhorstlaan de Bloemcamplaan op: het is een Jeep Grand Cherokee. Guusje herkent het door overmatige alcohol consumptie opgeblazen hoofd boven het te strakke button-down Ralph Lauren overhemd meteen: het is Peter, de vader van Fenna. Ze werpt geagiteerd haar hoelahoep op de grond.
“Bolle patser”, mompelt ze nors binnensmonds, “altijd de eerste willen zijn.”

De Bloemcamplaan begint nu hevig te beven. Als een knudde gnoes overrompelen de Liberties, Wranglers en een achttal Sedans het aangrenzende kruispunt. Een gigantische gaswolk verduistert de voorheen strakblauwe lucht: de buxusbollen blakeren zwart. Een beklemmende benzine stank heeft de aangename lentegeur verdrongen en naast opstandig kindergeschreeuw schalt er een huiveringwekkend demonisch gejammer uit de 6-cilinder verbrandingsmotoren.

De Bloemcamplaan is in een staat van complete chaos.

Voor Guusje en Eefje behoort deze tumult tot de orde van de dag. De afwezigheid van Saskia is echter niet gebruikelijk: die had er allang moeten zijn. “Meestal is ze er als vierde of vijfde. Het hangt ervan af hoe laat ze m’n broertje Benjamin van Berengoed ophaalt. Die kutkoter kan er weleens verdomd lang over doen”, vertelt Guusje.

De commotie begint langzamerhand af te nemen. De eerste bestuurders weten zich foeterend een weg te banen door het gedrang. Guusje wordt ongeduldig. Ze springt elegant op een houten platformpje, gaat op haar tenen staan en tuurt in de verte.

Ineens verstijft ze. Het bloed stroomt razendsnel uit haar smalle gezicht. Koude rillingen lopen over het fragiele ruggengraatje. Haar mond is kurkdroog.

Guusjes blik is gevallen op een witte, aanpruttelende Kia Sportage: het is de familie-auto van van Dorp. 

Het is een meelijwekkend gezicht. De portieren zijn slordig afgewerkt, de metallic lak heeft weinig glans meer over en volgens Guusje “verdienden de koplampen het predicaat koplampen allang niet meer”. De lengte haalt nauwelijks de 3,25 meter, om over de breedte maar niet te spreken. De velgen zijn gegoten. De 4-cilinder motor is het uitschot van de auto-industrie.

“Het zal toch niet”, zegt Guusje met afgrijzen.

De menigte valt stil. Een enkele moeder bedekt geschrokken het gezichtsveld van haar zoontje. Een groepje vaders kijkt het onbeholpen roestblik met volle minachting na: “Dit doe je je kind toch niet aan”, wordt er onthutst gefluisterd.

Het derdehandsje nadert tergend langzaam. Voor Guusje voelde het scenario als een eeuwigheid: “Alles speelde zich af in slow-motion. De tijd ging zó traag. Ik kon ook niet meer helder nadenken: ik zag overal zwarte vlekken. Het enige wat ik me kon herinneren is de gedachte: alsjeblieft niet, alsjeblieft niet, alsjeblieft niet.”

Guusjes ergste nachtmerrie wordt echter snel werkelijkheid. Het moment dat het vehikel de drempel passeert herkent ze wazig de gedaante achter de voorruit. De honingblonde, semi-permanent gekleurde paardenstaart is er namelijk één uit duizend. Het Prada Havana montuur met bruin gradiënten glazen is ook niet te missen: het is Saskia van Dorp.

De moed zakt Guusje in haar schoenen. In de nadagen vertelde ze: “Ik wilde het niet geloven. Zelfs toen Eefje en ik eenmaal in die Japanse wasabi-doos in de gordels werden gedaan bleef ik het ontkennen. Ik was ziedend, maar vooral ook gedesillusioneerd. Mentaal een wrak ja, net zoals die kut-auto.”

“En dan nog het uitrijden van de Bloemcamplaan”, verhaalde de toekomstige bovenbouwer, “je zou het een soort ‘Road of Shame’ kunnen noemen. Begint die trut ook nog een beetje te toeteren en die flikker van een Benjamin op de achterbank luidkeels te blèren. Alsof ze nog meer in het oog wilden springen. Het was een totale deceptie.”

Guusje vervolgde. “Al m’n beste vriendinnen, ook diegenen uit groep vier, zagen het gebeuren. Ouders en leraren niet te vergeten. Voor sommigen was ik meteen al lucht. Zeg maar goodbye tegen een jarenlang zorgvuldig opgebouwde sociale kring. Naar een enigszins succesvolle carrière kan ik wel fluiten.”

Eefje stond haar boezemvriendin bij. “Ik wist het allang. Saskia is een zelf-ingenomen, ego-centrisch wijf die totaal geen oog heeft voor de belangen van haar kinderen. Het was een kwestie van tijd voordat ze een blunder zou maken. Dat het er één van zo’n grote proportie zou zijn, had ik zelfs mijn ergste vijanden niet toe willen wensen.”

Eefje continueerde.“Groep drie is dé kweekplaats van een sociaal netwerk.”
“De entrada van je carrière. Je “golden ticket” tot het internationale bedrijfsleven. Als je het hier vergooit, ben je de rest van je leven niet meer zeker.”

Hoe Saskia het ooit in haar hoofd heeft kunnen halen om zoiets walgelijks te doen, is voor de buurtbewoners nog onduidelijk. Haar zus Lisbeth van Dorp liet ons echter weten dat Saskia “altijd al moeite had met time-management, dus een grote kans dat de gewoonlijk gehuurde Chevrolet Suburban nog bij Caresance zat te vegeteren terwijl ze die allang had op kunnen halen.”

Als laatste meldde een troosteloze Guusje in een oproep aan alle moeders.
“Kijk, het boeit me geen fuck of je Jeep Patriot bij de wasstraat staat of dat de bumper van je Porsche Carrera vervangen moet worden. Je regelt het maar. Het moment dat je met je eigen Kia Sportage wrak of één of andere slappe bolide de straat in rijdt, heb je het leven van je kind al totaal verziekt.”

Digitale Revolutie Bereikt Wassenaarse Senioren

Nederlanders beginnen met de dag beter overweg te kunnen met het wereldwijde web. Zo ook de oudere garde van Wassenaar. Hierdoor woorden bepaalde hobby’s steeds vaker digitaal worden uitgeoefend. Neem bijvoorbeeld het sociale kaartspel Bridge. Het wekelijkse samenkomen van een hecht groepje huismoeders om een kaartje te leggen naast een bakje broodstengels gesecondeerd door een aubergine dipje (lekker gezond), maar vooral om op de veranda de laatste juicy roddels door te nemen (“Diederik een nieuwe vriendin? Dat mééén je?”), is een bijeenkomst die langzaam lijkt te verdwijnen.

Tegenwoordig blijven de dames namelijk thuis, gekluisterd aan trendy laptops die zonder al te veel poespas midden op de eettafel worden gestationeerd. Er wordt online gekaart met behulp van Berry’s Internet Club: een computerprogramma dat inmiddels alom bekend is in Wassenaar. De software stelt de bridgers in de gelegenheid om gemakkelijk vanuit de Chesterfield loungebank online gelijkwaardige spelers uit te dagen.

Een nadeel van het online bridgen is dat de speler wordt gelinkt aan een willekeurige partner. Grote kans dus dat je met een incompetente teamgenoot moet proberen de slag te winnen. Mijn moesje is een fanatieke bridger en verwoed BIC’er. Met een schelle ‘soepkip’ of een furieuze ‘dakduif’ laat ze geregeld aan de rest van de familie weten dat ze weer eens de dupe is van een waardeloos spelende partner.

Naast bridgen kent ook direct contact tussen buurtbewoners een digitale verschuiving. De vervanger is het online platform Nextdoor, een ‘Facebook voor buren’. Via de website kunnen buren gemakkelijk met elkaar communiceren; zaken zoals het organiseren van een buurtborrel of het lenen van een golfsetje worden tegenwoordig besproken op het nieuwe sociale netwerk.

Ook wordt de website gebruikt om verdachte situaties te melden, ook al wordt dit in Wassenaar nauwelijks gedaan. Na een korte blik op de homepagina wordt snel duidelijk dat Wassenaar niet de meest turbulente plek in Nederland is. Het meest schokkende bericht dat vorige week bovenaan de feed stond was van Jari van der Henne wiens zwarte dwergkonijn zoek was geraakt: dit schudde het dorp toch wel even wakker. Gelukkig voor Jari was de ellende niet van lange duur; het beestje lag de dag erna al weer veilig in z’n kooitje.

Het is lastig om te zeggen of het toenemende Internet gebruik onder Wassenaarse ouderen een gunstige ontwikkeling is. Laten we in ieder geval hopen dat het bij deze applicaties blijft, en dat er binnenkort niet per ongeluk een aantal onthullende foto’s op Instagram belanden.