De Bloemcampschool ligt er fraai bij. Boven het imposante gebouw is een strakblauwe lucht. Wit zonlicht straalt op het hier en daar paars-getinte betegelde schoolplein. Achter aangrenzende trottoirs staan rijen keurig gesnoeide heggetjes geflankeerd door buxusbollen en toefjes hortensia’s. Er hangt een verwelkomende, zoete geur van versgemaaid gras en bloesem. Door het groene loof weerklinkt vredig harmonieus gezang van een ekster paartje. Verderop, een loslopende Labradoodle.

Eerste verdieping, tweede zaal van links. De klas van groep vijf sluit het laatste gedeelte van de schooldag af met een stukje Joris & Boris en het Geheim van de Tempel. Twaalf openstaande monden en vierentwintig grote, aandachtige ogen richten zich op het Smart Board, een hoog technisch leermiddel waarvoor kosten noch moeite is gespaard.

Er is echter één gezichtje niet naar het beeldscherm gekeerd. Guusje van Dorp, wier sluike, amandelbruine haar perfect over het blauw-wit gestipte jurkje valt, is namelijk met hele andere zaken bezig.

Haar aandacht lag de afgelopen vierentwintig seconden bij het complexe bouwwerk in de hoek van de klas: een machtige constructie gevormd door acht houten speelblokken, drie langwerpige staafjes Knex en een op z’n zij gelegen pluche dinosaurus. Twee priemende oogjes en een pruillipje doen vermoeden dat Guusje onder de indruk is. “Fascinerend”, mijmert ze bewonderend in zichzelf.

De lichtblauwe ogen ontspannen zich. Ze wendt haar blik in een vloeiende, verheven beweging tot het raam. Ze staart naar buiten.
“Wat een kut dag”, denkt Guusje.

Ondertussen beweegt de grote wijzer op de klok aan de met vingerverf besmeurde muur de graden om zijn as. De tijd is 14:45. Gelijktijdig klinkt er een luide buzzer. De geluidsgolven vibreren door de lokalen. De trillingen bereiken het trommelvlies van Guusje. Haar gedachtegang wordt abrupt onderbroken. Ze schrikt op.“Jezus, wat is dít voor een tering herrie!?”

Guusje herkent echter de hoge tonen, en de realisatie is daar: deze helse schooldag is ten einde.

Het dartelende meisje stopt haar roze spellingboekje in de Nemo-rugzak en neemt een laatste hap van haar resterende Pijnacker koek. Ze recht haar rug, duwt haar stoeltje licht naar achter en mengt zich in de schreeuwende kindermenigte naar de deur.

Op de gang vindt ze de ogen van haar vertrouwelinge Eefje. Eefje zit door een leeftijdsverschil van vijf maanden één klas boven Guusje, maar dat heeft hun relatie nimmer verslechterd. Al maanden worstelen ze zich samen door de topo-toetsen en redactiesommen.

Als ze straks eenmal thuis arriveren zal naast het gebruikelijke middagmaal – voor ieder bestaande uit twee boterhammen Duo Penotti en een glas melk – de provincie Noord-Holland worden doorgenomen. Beide activiteiten zullen uiteraard worden verricht aan de keukentafel in Guusjes bescheiden designvilla op de Bremhorstlaan.

Eerst moeten ze echter worden opgehaald. Normaliter gebeurt dit om precies 14:50 door Guusjes moeder Saskia van Dorp, in een voor de ophaal-gelegenheid gehuurde SUV.

De meisjes trekken hun jurkjes recht, vlechten elkaars handjes ineen en huppelen samen joviaal van de trap. Eenmaal buiten doen ze mee aan een spelletje hoelahoep om de laatste paar minuten voordat ze worden opgehaald te verdrijven. Op een circulair kunstgrasveld, omringd door een anderhalve meter hoog Platofex muurtje met vier goaltjes in elke windhoek, wordt fervent een potje voetbal gespeeld. In de buitenste hoek van het schoolplein klautert een groepje kinderen lachend in de langgerekte touwen van het klimrek. Speelparadijs Okido is er niets bij.

Plotseling wordt de rust bruusk verbroken. Een kolossale, matzwarte SUV stoomt met een oorverdovend kabaal vanuit de Teylingerhorstlaan de Bloemcamplaan op: het is een Jeep Grand Cherokee. Guusje herkent het door overmatige alcohol consumptie opgeblazen hoofd boven het te strakke button-down Ralph Lauren overhemd meteen: het is Peter, de vader van Fenna. Ze werpt geagiteerd haar hoelahoep op de grond.
“Bolle patser”, mompelt ze nors binnensmonds, “altijd de eerste willen zijn.”

De Bloemcamplaan begint nu hevig te beven. Als een knudde gnoes overrompelen de Liberties, Wranglers en een achttal Sedans het aangrenzende kruispunt. Een gigantische gaswolk verduistert de voorheen strakblauwe lucht: de buxusbollen blakeren zwart. Een beklemmende benzine stank heeft de aangename lentegeur verdrongen en naast opstandig kindergeschreeuw schalt er een huiveringwekkend demonisch gejammer uit de 6-cilinder verbrandingsmotoren.

De Bloemcamplaan is in een staat van complete chaos.

Voor Guusje en Eefje behoort deze tumult tot de orde van de dag. De afwezigheid van Saskia is echter niet gebruikelijk: die had er allang moeten zijn. “Meestal is ze er als vierde of vijfde. Het hangt ervan af hoe laat ze m’n broertje Benjamin van Berengoed ophaalt. Die kutkoter kan er weleens verdomd lang over doen”, vertelt Guusje.

De commotie begint langzamerhand af te nemen. De eerste bestuurders weten zich foeterend een weg te banen door het gedrang. Guusje wordt ongeduldig. Ze springt elegant op een houten platformpje, gaat op haar tenen staan en tuurt in de verte.

Ineens verstijft ze. Het bloed stroomt razendsnel uit haar smalle gezicht. Koude rillingen lopen over het fragiele ruggengraatje. Haar mond is kurkdroog.

Guusjes blik is gevallen op een witte, aanpruttelende Kia Sportage: het is de familie-auto van van Dorp. 

Het is een meelijwekkend gezicht. De portieren zijn slordig afgewerkt, de metallic lak heeft weinig glans meer over en volgens Guusje “verdienden de koplampen het predicaat koplampen allang niet meer”. De lengte haalt nauwelijks de 3,25 meter, om over de breedte maar niet te spreken. De velgen zijn gegoten. De 4-cilinder motor is het uitschot van de auto-industrie.

“Het zal toch niet”, zegt Guusje met afgrijzen.

De menigte valt stil. Een enkele moeder bedekt geschrokken het gezichtsveld van haar zoontje. Een groepje vaders kijkt het onbeholpen roestblik met volle minachting na: “Dit doe je je kind toch niet aan”, wordt er onthutst gefluisterd.

Het derdehandsje nadert tergend langzaam. Voor Guusje voelde het scenario als een eeuwigheid: “Alles speelde zich af in slow-motion. De tijd ging zó traag. Ik kon ook niet meer helder nadenken: ik zag overal zwarte vlekken. Het enige wat ik me kon herinneren is de gedachte: alsjeblieft niet, alsjeblieft niet, alsjeblieft niet.”

Guusjes ergste nachtmerrie wordt echter snel werkelijkheid. Het moment dat het vehikel de drempel passeert herkent ze wazig de gedaante achter de voorruit. De honingblonde, semi-permanent gekleurde paardenstaart is er namelijk één uit duizend. Het Prada Havana montuur met bruin gradiënten glazen is ook niet te missen: het is Saskia van Dorp.

De moed zakt Guusje in haar schoenen. In de nadagen vertelde ze: “Ik wilde het niet geloven. Zelfs toen Eefje en ik eenmaal in die Japanse wasabi-doos in de gordels werden gedaan bleef ik het ontkennen. Ik was ziedend, maar vooral ook gedesillusioneerd. Mentaal een wrak ja, net zoals die kut-auto.”

“En dan nog het uitrijden van de Bloemcamplaan”, verhaalde de toekomstige bovenbouwer, “je zou het een soort ‘Road of Shame’ kunnen noemen. Begint die trut ook nog een beetje te toeteren en die flikker van een Benjamin op de achterbank luidkeels te blèren. Alsof ze nog meer in het oog wilden springen. Het was een totale deceptie.”

Guusje vervolgde. “Al m’n beste vriendinnen, ook diegenen uit groep vier, zagen het gebeuren. Ouders en leraren niet te vergeten. Voor sommigen was ik meteen al lucht. Zeg maar goodbye tegen een jarenlang zorgvuldig opgebouwde sociale kring. Naar een enigszins succesvolle carrière kan ik wel fluiten.”

Eefje stond haar boezemvriendin bij. “Ik wist het allang. Saskia is een zelf-ingenomen, ego-centrisch wijf die totaal geen oog heeft voor de belangen van haar kinderen. Het was een kwestie van tijd voordat ze een blunder zou maken. Dat het er één van zo’n grote proportie zou zijn, had ik zelfs mijn ergste vijanden niet toe willen wensen.”

Eefje continueerde.“Groep drie is dé kweekplaats van een sociaal netwerk.”
“De entrada van je carrière. Je “golden ticket” tot het internationale bedrijfsleven. Als je het hier vergooit, ben je de rest van je leven niet meer zeker.”

Hoe Saskia het ooit in haar hoofd heeft kunnen halen om zoiets walgelijks te doen, is voor de buurtbewoners nog onduidelijk. Haar zus Lisbeth van Dorp liet ons echter weten dat Saskia “altijd al moeite had met time-management, dus een grote kans dat de gewoonlijk gehuurde Chevrolet Suburban nog bij Caresance zat te vegeteren terwijl ze die allang had op kunnen halen.”

Als laatste meldde een troosteloze Guusje in een oproep aan alle moeders.
“Kijk, het boeit me geen fuck of je Jeep Patriot bij de wasstraat staat of dat de bumper van je Porsche Carrera vervangen moet worden. Je regelt het maar. Het moment dat je met je eigen Kia Sportage wrak of één of andere slappe bolide de straat in rijdt, heb je het leven van je kind al totaal verziekt.”